SAMENWERKENDE FONDSEN AL JAREN ACTIEF IN HET BALTICUM

Door mevrouw T. Blomhert - Scheltinga Koopman

Historie

Toen in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw het ijzeren gordijn langzaam maar zeker werd opgetrokken, staken vier Nederlandse fondsen de koppen bij elkaar en besloten samen te gaan werken in Midden- en Oost-Europa. Met de hulp aan deze voormalige Sovjet landen werd het volgende beoogd. Ruim 50 jaar hadden mensen niet de mogelijkheid gehad om initiatieven te nemen en hun samenleving naar eigen inzicht in te richten. Toen na het optrekken van het ijzeren gordijn dit wel mogelijk werd, wilden de fondsen die mensen steunen hun ideeën te verwerkelijken en op die manier bijdragen aan de transitie naar een democratie.

De fondsen die tot samenwerking besloten waren: Stichting Kinderpostzegels Nederland, Stichting Katholieke Noden (thans SKaN-Fonds), het RC Maagdenhuis Fonds en het Juliana Welzijn Fonds (thans Oranje Fonds). Onlangs is daar het JANIVO Fonds nog aan toegevoegd.

Opdat niet ieder fonds in de landen waarin werd gewerkt zelf het wiel moest gaan uitvinden werd de coördinatie van ieder land aan één fonds toegewezen. Zo kwam het dat het werk in Estland en Litouwen door het RC Maagdenhuis Fonds wordt gecoördineerd en in Letland door het Oranje Fonds.

De Samenwerkende Fondsen voor Midden- en Oost-Europa (SFMOE) besloten daarbij slechts tijdelijk actief te zijn in de gekozen landen en alleen bijdragen beschikbaar te stellen aan het particulier initiatief, dus wat in Nederland stichtingen of verenigingen zijn, op het terrein van welzijn, gezondheidszorg en onderwijs. Staatsinstellingen kwamen en komen niet voor een bijdrage in aanmerking. Inmiddels zijn de SFMOE ruim zeven jaar in het Balticum actief.


Projecten

Om U een idee te geven over wat de SFMOE heeft gesteund geven wij u enkele voorbeelden:


Estland:

In Kohtla-Järve werd een bijdrage toegekend van € 37.200,= in de kosten van de renovatie van een dienstencentrum voor ouderen.

In Tartu is een vrijwilligerscentrale. Hier werd een bijdrage van € 3.500,= toegekend voor inventaris.


Letland:

De jeugd in Talsi wenste zich een eigen ruimte. In samenwerking met de gemeente werd een ruimte geschikt bevonden. De SFMOE heeft een bijdrage van € 25.000,= toegekend voor de kosten van het opknappen van die ruimte.

De sportclub voor gehandicapten in Medņeva in de regio Balvi, wilde apparatuur aanschaffen en de beschikbare ruimte voor hun eigen activiteiten geschikt maken. Van de SFMOE ontving de organisatie een bedrag van € 15.000,=.


Litouwen:

Drugsverslaving is in de drie Baltische landen inmiddels een groot probleem geworden. Projecten die deze problematiek goed willen aanpakken kunnen op steun van de SFMOE rekenen. Zo werd in Šiauliai een organisatie voor de opvang en begeleiding van verslaafden een bijdrage toegekend van

68.000,= voor de renovatie van een pand waarin de activiteiten zullen plaatsvinden.

Maar ook de Vrouwenclub in Anykščiai, in activiteiten het best te vergelijken met de Nederlandse plattelandsvrouwen, kreeg voor de renovatie een bijdrage van € 20.000,=.

Naast bijdragen in renovatie en inrichting werden in de loop der jaren ook bijdragen toegekend in kosten voor deskundigheidsbevordering, startkosten van een organisatie, minibusjes voor het vervoer van gehandicapten of ouderen.


Werkwijze

Aanvragen moeten aan de volgende minimale voorwaarden voldoen:

  • De aanvraag moet door een organisatie binnen het werkterrein in het land zelf worden ingediend.

  • Er moet sprake zijn van een geregistreerde organisatie

  • Aanvrager moet in goed overleg met de overheid het project ontwikkeld hebben

  • Er moet enige garantie zijn dat de exploitatiekosten van de organisatie of van het project zijn gewaarborgd.


Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan volgt de procedure: eerst in het land zelf en vervolgens in Nederland:

  • De indiening gebeurt bij de projectcoördinator in het land waar het project is.

  • De projectcoördinator bekijkt of aanvrager te rekenen valt tot het werkterrein van de SFMOE, of alle gevraagde en benodigde gegevens bijgesloten zijn en of alles duidelijk is.

  • Vervolgens gaat de aanvraag naar één van de adviseurs of naar een groep adviseurs in het eigen land.

  • Pas wanneer er een positief advies is, komt een aanvraag naar het coördinerende fonds in Nederland en kan over het verzoek bij één of meer fondsen een beslissing worden genomen.


De coördinatoren van de verschillende fondsen bezoeken “hun” land minimaal twee keer per jaar. Er worden dan projecten bezocht, er wordt gesproken met de adviseurs over de ontwikkelingen in het land zelf, in de NGO sector, en over het beleid in Nederland.


Inmiddels zijn in Estland ruim 270 projecten gesteund, in Letland ruim 260 en in Litouwen ruim 225. De gemiddelde bijdrage ligt rond de € 20.000,=.


De ervaring leert dat niet alleen het geld van belang is bij de toekenningen die worden gedaan. Het blijkt vooral de erkenning van het vele werk en de problemen die men daarbij ondervindt en het feit dat men serieus wordt genomen door “Het Westen” wat maakt dat men met meer zelfvertrouwen met het project verder gaat.


Toekomst

Zoals eerder al werd opgemerkt is het vanaf het begin de bedoeling geweest de steun in Midden- en Oost-Europa tijdelijk te laten zijn.

Het ziet er nu naar uit dat de activiteiten in Letland nog tot 2007 zullen duren en in Estland en Litouwen tot 2008.

In alle drie de landen wordt bekeken of het werk van de SFMOE op enigerlei wijze zou kunnen worden voortgezet wanneer er geen bijdragen uit Nederland meer zullen komen. Dit is geen eenvoudige opgave. Het krijgen van sponsoring voor welzijn, onderwijs en gezondheidszorg ligt nu eenmaal, ook in deze landen, niet voor de hand.

Toch wil men in het Balticum de uitdaging aan omdat het low-profile werken in de drie landen duidelijk een succesformule is blijken te zijn die men graag voortzet.